Home Nascholing per onderwerp Agenda Reviews Contact  

 

Veterinaire Social Media Monitor

mini-infograpic-kleinZowel online als tijdens het Voorjaarsdagen congres in de RAI ondervroeg Vlimmen Online dierenartsen over hun ervaringen met social media in de praktijk. Nieuwsgierig naar de resultaten? Op Veterinaire Nascholing lichten ze alvast een tipje van de sluier op.

 

Door Vlimmen Online – Voor de Veterinaire Social Media Monitor 2013 ondervroeg Vlimmen Online 174 dierenartsen en paraveterinairen naar hun ervaringen met social media in de dierenkliniek. Van de ondervraagden waren 138 personen werkzaam in de praktijk. Hun ervaringen met social media zullen in dit artikel worden besproken.

 

Veel praktijken actief online

Een respectabele 70 procent van de respondenten werkzaam in een dierenartsenpraktijk gaf in onze enquête aan social media in te zetten voor zakelijke doeleinden. Een opvallend resultaat, want uit onderzoek van het CBS blijkt dat slechts 36% van de kleine bedrijven in Nederland gebruikt maak van deze media. Wel blijkt uit het onderzoek van het CBS dat bedrijven die zich net als dierenklinieken op consumenten richten duidelijk actiever zijn online dan bijvoorbeeld technische bedrijven of organisaties uit de bedrijfsdienstverlening.

Er is geen verband gevonden tussen het gebruik van social media en de grootte of het type praktijk (paard, landbouwhuisdieren, gezelschapsdieren, specialistische kliniek of gemengd). De ondervraagde dierenartsen waren voornamelijk werkzaam in klinieken gedifferentieerd richting gezelschapsdieren. Een mogelijk verband tussen het type praktijk en het gebruik van social media wordt hierdoor wellicht vertroebeld.

mini-infograpic

 

Kanaalkeuze

Van de op social media actieve praktijken heeft 91% een account op Facebook. Ook Twitter, Youtube en LinkedIn worden ingezet door respectievelijk 36%, 18% en 7% van de klinieken.

Dierenartsen noemen overtuigd Facebook als het medium waarmee ze de meest positieve ervaringen hebben. Twitter, YouTube en LinkedIn worden veel minder genoemd, niet alleen absoluut, maar ook ten opzichte van het aantal gebruikers van deze media.

 

Verantwoordelijkheid bij de assistente

Dierenartsassistenten zijn in veel praktijken (49 van 96) verantwoordelijk voor de social media, soms in samenwerking met een praktijkeigenaar, de praktijkmanager of één of meer dierenartsen.

 

We zijn online, maar wat vinden we ervan?

Veel dierenklinieken zijn dus actief op social media, maar wat vinden we eigenlijk van de social media en het contact met klanten via deze kanalen?

Onze respondenten roemen vooral het direct en laagdrempelig contact dat zij met hun klanten kunnen hebben. Ze verbeteren met social media de naamsbekendheid van hun kliniek en zijn blij dat zij berichten kunnen verspreiden met een groot bereik zonder hoge bijkomende kosten.

Ook hebben de dierenartsen wel een aantal reserveringen. Ze erkennen dat het bijhouden van de kanalen veel tijd kost en geven aan het moeilijk te vinden om de kwaliteit en continuïteit van de berichten te waarborgen. Ook hoe goed om te gaan met privacy, en angst voor negatieve reacties zijn punten waarover zij zich zorgen maken. Tips om met deze nadelen van social media om te gaan en hoe je social media kunt inzetten voor de promotie van jouw praktijk lees je binnenkort op het blog van Vlimmen Online

Ondanks deze reserveringen is er een tip die veel van de invullers van onze enquête mee willen geven aan collega’s en dat is “gewoon doen”. Onze respondenten vullen dit advies graag aan met wat adviezen op basis van hun eigen ervaring: begin met één kanaal tegelijk, maak iemand verantwoordelijk die plezier heeft in het werken met social media en volg eens een cursus over social media marketing.

 

Infographic

Volgende maand publiceert Vlimmen Online op Veterinaire Nascholing een infographic met nog meer interessante bevindingen uit de Veterinaire Social Media Monitor 2013. Vlimmen Online wil elk jaar een social media monitor uitvoeren en publiceren om zo de ontwikkelingen van online promotie door dierenartsen te kunnen volgen.

nieuws

toegevoegd op 20 mei 2013